TravelByPhoto.nl









Reisverslag Sri Lanka
deel 1


Inleiding 

Het uitkiezen van een vakantiebestemming is bij ons thuis altijd een hectische gebeurtenis. Reisgidsen, Web­sites, fotoboeken en fol­ders, van alles wordt beke­ken en besproken en de hele wereld wordt in gedach­ten bereisd. Wat wel opvalt, is dat we bijna altijd toch weer kiezen voor Azië. Ook in 2009. Door een collega wer­den we attent gemaakt op Namasté reizen. Een specia­list in het organiseren van maatreizen. We kozen voor Sri Lanka. Sri Lanka biedt vele moge­lijk­heden op een kleine schaal en heeft een prachtige natuur, een indruk­­wekkende cultuur en niet te vergeten een ontzet­tend vriendelijke bevolking

Voor bij het reisverslag 

Als u bij het lezen een foto aanklikt dan wordt deze ver­groot. De foto′s kunnen ver­volgens achter elkaar als dia­show bekeken worden. Als u een link, bij voorbeeld: Namasté; aanklikt dan wordt deze geopend. Wanneer ver­wezen wordt naar de kaart van Sri Lanka, dan kan deze opgeroepen worden door de link: kaart aan te klik­ken. ...

De in het reis­verslag op­ge­no­men film­clips zijn HD op­na­men. De clips wor­den geo­pend en kunnen bekeken wor­den in een apart venster dat vanzef opent als u op af­beelding met het pijltje klikt.

Week 1

Dag 1: zaterdag 7 november

Om half 9 in de ochtend wor­den we door onze dochter Marjon en haar vriend Bram naar Schiphol gebracht. Op Schiphol drinken we met ons vieren nog een drankje en dan is het tijd voor het af­scheid. Douane door, nog even een uurtje rondkijken in de tax free winkels en dan de lucht in voor een tussenstop in Londen. Keurig op tijd. Voor in het vlieg­­tuig zien we een bekend gezicht. Prins Friso is een van onze mede passagiers.

In Londen hebben we een kleine 2 uur voor de overstap op het vlieg­tuig van Sri Lan­ka Airlines naar Colombo. De tijd blijkt ruim genoeg, on­danks het feit dat we op Hea­throw airport van ter­minal 1 naar ter­minal 4 moe­ten wat een heel eind is! We rijden met de bus, waarin we de enige passagiers zijn. Alles komt erg omslachtig over maar er zal wel - door ons niet ontdekte - Engelse logi­ca achterzitten. Het vlieg­tuig vertrekt keurig op tijd. Het is een lange vlucht van een uur­­tje of 10. Slapen lukt niet best, maar we zitten goed in een bijna vol vlieg­tuig. We hebben er zin in.

Dag 2: zondag 8 november

We arriveren op tijd in Colom­bo kaart. Als we het vliegtuig verlaten voelt/ruikt het al vertrouwd. Een soort van klammige warmte. We reizen dit jaar niet met een groep maar individueel met privé chauf­feur. Onze chauf­feur/gids staat al op ons te wachten. Het is een vrij jon­ge, vriendelijke man. Hij stelt zich voor als Sarath en haalt de auto. We rijden naar Negom­bo; onze eerste logeer­­­plek. ...

In Negombo logeren we in Villa Aralya.

Bij het inchecken krijgen we een pot thee. De eigenaresse hier is een Neder­landse vrouw. Zij is met een Sri Lan­kaan getrouwd. We gaan even 2 uurtjes slapen want we zijn toch nog wel erg moe. Daarna eten we een tosti. Overigens regent het af en toe flink. Afgewisseld met zonneschijn.

Negombo ligt aan de kust en het hotel ligt vlak bij strand en zee. We maken onze eer­ste verken­ningstocht. Op zee zien we de karak­teristieke catamarans. Ook veel bootjes nog aan de wal. Overal zie je loslopende honden en zwerf­katten. Een steri­li­satie pro­gram­­ma zou in Sri Lanka geen kwaad kunnen! We drin­ken wat in een tentje aan het strand en lopen dan weer terug naar het hotel. Toch nog even snel een power nap. We zijn erg loom, maar dat is ook omdat we nog moeten wennen aan de warmte. Rond 7 uur dineren we in het hotel waar we vandaag de enige gasten zijn. Rijst en curry met ver­schillende gerecht­jes. Sommigen wel een beetje erg spicy. De wijn is hier trou­wens erg lekker! Na afloop drinken we nog een lekker glaasje wijn buiten op ons platje voor de kamer en gaan we niet al te laat naar bed.

Dag 3: maandag 9 november

Vrij vroeg de wekker gezet en naar het strand gelopen. ...

Vroeg in de ochtend is altijd veel be­drij­vigheid in een vissers­plaatsje als Negombo. Gekeken naar de bootjes en de vissers. Na een poosje terug naar het hotel. Even bij het zwembad gelegen. Tussen de middag toch weer wat moe. We denken door de (vochtige) warmte. We doen weer een dut. Na onze dut zitten we nog een poosje te lezen om vervolgens naar het stadje te vertrekken. We ne­men de chuk chuk, lopen een poosje rond en drin­ken een kopje (lekkere!) Nescafé om vervolgens op smalle paadjes langs de vissershuisjes naar het strand te slenteren. Niet erg veel leven meer op dit tijdstip. We lopen weer ver­der tot een eettentje waar we een pannenkoek gaan eten, met een lekkere lassi. Uiteindelijk komen we te­recht in King Coconut; een aanbevolen restaurant waar we lekker gegeten hebben. Heel bijzonder was het overi­gens nou ook weer niet. Buiten is tijdens het eten onder­tussen een hevig on­weer losgebarsten. We laten ons daarom het laatste stukje naar het hotel weer lekker met een chuk chuk vervoe­ren. Al met al was het een rustig dagje vandaag. Ik denk dat we morgen alle moeheid weer kwijt zijn, en klaar zijn voor het echte werk. De rond­­­reis met onze chauffeur Sarath. We zijn benieuwd!

Dag 4: dinsdag 10 november

Vandaag de wekker op 6 uur gezet. Nadat we de koffers gepakt en ons­zelf opgefrist hebben zitten we om half 7 aan het ontbijt. Het ont­bijt is trouwens erg lekker. Naar keuze een scrambled of gebak­ken ei, toast met boter en jam en veel vers fruit zoals passievrucht, ananas en papaya. Gelukkig is het droog. Sarath komt en rond half 8 vertrekken we. ...

Eerst stoppen we nog even bij de vissers­bootjes van Negombo. We bekijken de visvangst. De vangst is ma­gertjes. Ook hier hebben de locale vis­sers veel last van die grote Japanse Trawlers met hele fabrieken erop die voor de kust de vis wegka­pen. Erg jammer voor de mensen hier.

We verlaten Negombo en rijden naar Pinnewela: het olifanten­wees­huis kaart. De Olifanten gaan vandaag helaas niet baden in de rivier verderop in het dorp omdat het de laatste dagen veel geregend heeft. We genieten van de grote kudde olifanten die ergens bij een poel in het park aan het kliederen is. Vooral de kleintjes zijn ver­ma­kelijk; ze glib­beren in de modder en hebben, zo lijkt het, veel lol. Ook met elkaar (zie filmpje).

... ...

Na het olifan­ten­wees­huis rijden we ver­der. We maken een stop in Kurunegala waar Sarath met zijn familie woont. We worden gastvrij door de vader des huizes ont­vangen. De moeder van Sarath en zijn vrouw zijn in de stad. Zijn vader is aan het werk; hij heeft indrukwek­kende diesel machines in de schuur staan waarmee hij kokos olie uit de noten van de King Coconot tree perst. We krijgen heel lief een klein flesje mee om voor van alles te gebrui­ken( insmeren of haarverzorging) en drinken thee in het huis van de ouders.

Na de thee gaan we weer door. In de stad zien we nog even de vrouw van Sarath.

Een hele aardige vrouw lijkt ons. Ik denk dat vandaag wel de langste reisdag is. We hebben nog een flink eind te gaan. Onderweg houden we een lunch-stop en nog ver­schillende foto-stops. Het is erg luxe reizen zo, met de auto. Ingrid valt regelmatig in slaap, hoe leuk het ook is om naar buiten te kijken.

Rond 5 uur komen we aan bij het Palm Garden Village Hotel in Anu­rad­hapura. Een sjiek hotel. Wat een luxe weer. We zitten aan een tafel­­tje en krijgen een vers sapje, terwijl Sarath de kamer voor ons regelt. Grote fraaie kamer en de facili­tei­ten om zelf koffie en thee te zetten. Hier houden we het wel 2 nachtjes uit! S’avonds uitgebreid en heel lekker ge­geten. S’nachts geslapen als een os!

Dag 5: woensdag 11 november

...

De dag begint met een uit­gebreid ontbijt in het hotel. Sarath is keurig op tijd.

We hebben een lange rond­gang in Anuradhapura (kaart) voor de boeg. Als eerste komen we langs een vijver vol lotus bloemen waar een man­netje in een vreemd vaartuig (zwemband of zo?) rond vaart. Hij verzamelt de lotus bloemen. Erg leuk gezicht dat bedrijvige man­netje tussen al die bloe­men. Nou ja, tussen al die stelen, want de meeste bloemen heeft hij al geplukt.

Anuradhapura is de oudste stad van Sri Lanka en staat op de Wereld­erfgoedlijst van UNESCO. De heilige stad fun­geerde lange tijd als hoofd­stad van het koninkrijk Anuradhapura. Meer dan 12 eeuwen lang was deze koningsstad het machts­centrum waar politiek, cultuur, eco­nomie en religie samenkwamen. De schatten uit het verleden zijn bijzon­der goed bewaard. Met de koninklijke tuinen, het paleis Mahase­na en de prachtige tempels met enorme koepels is Anuradhapura net een groot oplenluchtmuseum!

... ...

Het is vandaag overal erg rustig. Vrijwel hele­maal geen toeristen, maar qua locale bevolking is het ook vrij rustig.
Bij de bomen hangen briefjes met wensen. Heel apart schrift hebben ze hier; het lijkt helemaal niet op het Indiase schrift. We bezoeken ver­schillende stupa’s en de heilige ‘Bodhi Boom’ die op de plek Sri Maha Bodhi staat. Onder deze heilige boom ont­ving Boeddha zijn verlichting in Buddhagayain India. ...

Toen het Boed­dhisme in de 3-de eeuw voor Christus vanuit India over Sri Lanka verspreid werd, is hier een stekje van de boom geplant. Hierdoor is Anuradhapura voor Boed­dhisten een belangrijk pel­grims­oord geworden. We branden een olie lampje voor de moeder van een goede vriendin van ons die vlak voor ons vertrek overleden is. We denken veel aan onze vrien­den ook al zijn we ver weg. ...

We zien een monnik die in gebed langs de stupa loopt met wierook in zijn hand die hij elke zoveel meter even ergens tegenaan tikt. We bezoeken de ruïnes van een eeuwen oud klooster en komen bij Jetarana Viharaya. Deze rode bakstenen stupa staat er van ongeveer 300 na Christus. Echt imposant. Het is het grootste gebouw van baksteen ter wereld vertelt Sarath ons trots.

Tijdens onze rondrit stoppen we nog bij een boom die hele­maal vol vleermuizen hangt. Indrukwekkend, ook de gelui­den! We zien een Ratufa Macroura; een Sri Lankaanse reuzen eekhoorn die ons nieuws­gierig aankijkt. Verbazend hoe hier de vele honden, katten, apen etc. redig naast elkaar leven. Nog geen gevecht tussen dieren gezien.

Aan het einde van onze tocht beklimmen we nog heel wat trappen. ... ...

We komen dan op een soort plateau van­waar je weer verder kunt klim­men, o.a. naar een Boed­dha en nog een stupa. Som­mige traptreden zijn flink uitgesleten zodat je je echt heel goed vast moet houden. Het uitzicht boven is gewel­dig!

Tegen vieren zijn we weer bij het hotel. Even bijkomen. Jan’s camera doet moeilijk, en we vrezen met grote vreze, maar gelukkig blijkt het vocht te zijn wat achter de batterij is gekomen. Als dat ontdekt is kunnen we de filmcamera laten luchten en drogen en doet deze het weer.

Dag 6: donderdag 12 november

We komen dan op een soort plateau vanwaar je weer verder kunt klim­men, o.a. naar een Boeddha en nog een stupa. Sommige traptreden zijn flink uitgesleten zodat je je echt heel goed vast moet houden. Het uit­zicht boven is geweldig!

Na een goed ontbijt vertrekken we uit het Palm Garden Village Hotel richting Habarana (kaart). We rijden een poos, langs diverse meren. Erg mooie vergezich­ten, bomen en rijstvelden. Ik kan niet meer ont­houden waar we precies geweest zijn, maar het waren veel ruïnes en erg veel Boeddha’s. De ruïnes waren niet allemaal even boeiend, maar de Boed­dha’s waren dat wel. Diverse Boeddha’s zijn uit de rots gehakt, wat je goed kunt zien omdat de structuur van de steen in de Boeddha doorloopt.

... ...

We zien veel vogels; ooievaars, pelikanen, en grote varanen. Veel apen ook weer, verschil­lende soorten ook. Vermakelijk is dat de apen bij de ruïnes ook echt hun apen­spel spelen. Ze zwiepen van de ene boom naar de andere, en hebben grote lol. Het lijkt echt jungle boek! Ze zijn de koningen tussen de ruïnes van paleizen en tempels. Bij een meertje komen we een leuk meisje tegen, en einde­lijk heb ik wat van de speel­spulletjes bij me. Ze krijgt een poes sleutelhanger en een stuiterbal en is daar erg gelukkig mee. Op een gegeven moment zien we aan de overkant van het meer 4 wilde olifanten lopen. Dat is toch wel heel bijzonder, om ze zo in het wild te zien. Ze kunnen lekker zelf uitmaken waar ze heen gaan.

... ...

Tussen de middag eten we in het Pollonaruwa Resthouse waar konin­ging Elisabeth ook geslapen heeft toen ze hier op visite was in Sri Lanka, zo’n jaar of 55 gele­den. Het is een grappig oud­bol­­l­ig Engels ding, maar Elisabeth zou het wel nog wat opgeknapt willen zien denk ik, voor ze hier weer gaat slapen.

We komen een bus monniken tegen die op pelgrimage zijn. Goed weer gelukkig vandaag. Droog. Al is het wel benauwd vochtig warm. Je hoeft weinig te doen voor het zweet je over het lijf loopt. Een Boeddha, een grote staande, heeft in zijn oksel honderden of misschien wel dui­zenden vleermuizen. Heel grappig om te zien, maar men is er niet blij mee, want hun uitwerpselen zijn slecht voor de Boeddha.

Ergens aan een rivier zien we een gezin de was doen. Ondertussen spelen de kin­de­ren inde rivier. De chuk chuk staat erbij. Leuk gezicht! We eindigen met een paar Boeddha’s die uit de muur gehouwen zijn. Erg mooie. Een grote liggende ook. Uit zijn arm is een stuk wegge­scho­ten door een Engelsman, een paar jaar geleden. Men zegt dat snel erna een olifant kwam en dat daarna van de heiligschenner nooit meer iets vernomen is.

Op weg naar huis zien we nog een wilde olifant langs de kant van de weg. Hij is net overgestoken en loopt lang­zaam het woud weer in. Sarath heeft een Ayurve­di­sche massage voor ons geregeld. We laten ons lekker verwennen 1,5 uur lang. Het is fijn, maar wel onrustig. Deur open, deur dicht, ge­praat, maar het 2e half uur wordt het gelukkig rustiger.

We overnachten in Chaaya Village. Weer een geweldig mooie kamer. Verder hebben we er nog niet veel van gezien, want we zijn in het donker aangekomen. Wel worden we weer uiterst vriendelijk ont­vangen, met een lekker fris fruitdrankje. s Avonds eten in het restau­rant; wat een mensen ineens! Tot nu toe amper een andere toerist gezien, maar hier zijn er veel. Maar je ziet ze alleen bij de maaltijd; het is een groot complex, maar zo inge­deeld dat je elkaar amper ziet

Dag 7: vrijdag 13 november 2009

Vroeg uit de veren na heerlijk geslapen te hebben. Op tijd ontbeten. Lekker ontbijt buffet met veel eekhoorntjes, die proberen ook wat eet­baars te bemachtigen. Leuk!

We rijden naar Sirigia (kaart). Een grote rots, in vrij vlak land. Volgens Sarath is er hier ooit een meteoriet ingeslagen waardoor de berg ontstaan is. Ons wacht een hele klim; 1200 treden de Leeuwenrots op. Het fort op de top van de rots is gebouwd in de 5de eeuw na Christus en deed dienst als de Koninklijke citadel. Ik zie er tegenop, maar de beklim­ming valt gelukkig mee. Af en toe even pauzeren en van het uitzicht genieten. Na een paar hon­derd treden komen we via een wenteltrap aan bij een aantal mooie fresco's die zich onder een overhangende rotswand bevinden. ... ...

De 'jonge dames van Sirigiya' (zo heten de fresco's) zijn nog met 20. Men vermoedt dat het er vroeger meer waren. De fresco's zijn bij­zonder goed bewaard geblev­en. De dames hebben alle­maal ontblote borsten op ééntje na (ver­moe­delijk een dienstbode). We redden het, de 1200 treden naar boven en dan weer ...... naar beneden. Terug een andere route dan heen. Ik kon haast niet geloven dat we al beneden waren! Dat lijkt nog geen derde van de afstand naar boven.

...

We drinken ergens koffie. De gewone zwarte koffie is hier niet echt heel lekker maar de Nescafé is hier een welkom drankje voor ons.

's Middags volgt een oli­fan­ten rit. Enigszins toeristisch uiteraard, maar we vonden het toch wel leuk. We hadden de olifant voor ons samen. Een jongen liep mee om foto's te maken. Hij vond het helemaal leuk. Ik geloof dat hij er 43 gemaakt heeft. Veel leuker zo, dan 2 lelijke dure foto's kopen bij een fotograaf voor toeristen die die je meestal bij zulke uitstapjes vindt. De rit ging een stukje over weg, door groen en door water. Leuk de waterbuffels te zien liggen in het water. De bekende witte vogels erbij, die de insecten van ze af pikken. De laatste 5 minu­ten van onze tocht gaat het regenen, maar een paraplu is hier nooit ver weg. Er liggen er zelfs twee op de olifant. Dus onze camera's kunnen we droog houden.

...

Oorspronkelijk hadden we het plan om aan het eind van de middag nog even het dorpje in te gaan, maar dat ziet er niet heel spannend uit. Daarom be­sluiten we de rest van de middag bij het hotel te blijven. Lekker wat getut en gelezen. Er bleek WiFi in het hotel te zijn. Heel prettig om vanuit je luie stoel buiten bij het zwembad een mailtje te kunnen schrijven, er een paar foto's bij te doen en hup, met één druk op de knop te kunnen versturen. Jan dacht nog even dat het ging onweren, maar het bleek een troep apen te zijn die over de huisjes sprong! 's Avonds weer lekker eten, maar eerst nog even een wijntje